interview

Interview: Judith Visser over Zondagsleven

Zondagskind en Zondagsleven; in gesprek met Judith Visser

Na talloze thrillers te hebben geschreven, brengt Judith Visser twee totaal andere boeken uit: Zondagskind en het volgende deel Zondagsleven. Beide bevatten een deel van het levensverhaal van Jasmijn, een sterke vrouw met autisme. Haar verhaal is interessant. Hoog tijd om de auteur, Judith Visser, eens over de verhalen te spreken.

In beide boeken wordt het verhaal alleen vanuit het oogpunt van Jasmijn beschreven. Visser geeft aan dat deze keuze heel bewust is. Het is de reden die Jasmijn in Zondagsleven aanhaalt: ‘Het hele punt is om mensen te laten zien hoe iemand met autisme de wereld ervaart. Om de lezer dus door míjn ogen te laten kijken.’ Visser benoemt daarbij dat het verhaal autobiografisch is en dat mensen als Nick dus ook ‘echt’ bestaan. Het is dan niet meer te doen om vanuit hem te schrijven. ‘Als je over echte mensen schrijft en je wilt dat het verhaal authentiek is, dan is het beter om trouw te blijven aan je eigen verhaal en niet zomaar de gedachten van anderen te gaan invullen.’

En daarmee ontstaat een prachtig, indrukwekkend verhaal. Zowel Zondagskind als Zondagsleven bevat geen grote ‘wereldproblematiek’. Het verhaal is klein. Het is ‘gewoon’ het leven van Jasmijn en juist dát leven raakt de lezer. Ook dit blijkt een bewuste keuze: ‘Mijn doel in Zondagsleven is om, net als in Zondagskind, de mensen een blik te gunnen in het leven van iemand met autisme en om te laten zien dat juist die ‘alledaagse’ dingen heel groot en lastig kunnen zijn.’

Dit zie je ook zeker terug in het verhaal van Jasmijn. Visser legt in het boek de focus op de details in het leven van haar hoofdpersoon, juist omdat die details voor Jasmijn lastig lijken te zijn. ‘Ik heb dit met een reden gedaan. Op deze manier wilde ik het verhaal echt tot leven brengen en de lezer laten ervaren op welke manier Jasmijn de wereld ervaart.’

Dat lijkt te lukken. Het verhaal raakt je als lezer heel diep en doet op verschillende momenten pijn. Je kunt Jasmijn begrijpen, maar personages als Nick ook. Visser geeft aan dat dit stukje begrip wel iets is waar ze op hoopte: ‘Als lezer vind ik het zelf altijd fijn om tijdens een boek de wereld door de ogen van iemand anders te zien. Dat was ook nu het voornaamste doel tijdens het schrijven van dit boek.’

In Zondagsleven zit een belangrijke situatie die zich afspeelt in Duitsland. Jasmijn gaat daarheen, samen met haar hond, en daar gaat het – natuurlijk – mis. Voor de lezer lijkt dit misschien een bevestiging van ‘ze kan het niet alleen redden’. Visser heeft de scene toch bewust verwerkt: ‘De situatie met de wilde zwijnen heb ik beschreven omdat dit echt gebeurd is en ik het daarom graag in het verhaal wilde verwerking. Ook als een soort van waarschuwing naar andere mensen toe. Mijn insteek was dus niet “kijk nou, Jasmijn kan echt niets alleen!” maar meer “pas op voor wilde zwijnen!”. Daarbij geeft ze aan dat Jasmijn het zeker wél kan: ‘Als dat voorval niet had plaatsgevonden had Jasmijn overigens een prima vakantie gehad, want in alle andere opzichten redde ze zich prima daar in het Zwarte Woud.’

De boeken Zondagskind en Zondagsleven zijn van een heel andere orde dan de thrillers die Judith Visser eerder schreef. Zelf geeft ze aan dat ze het meest houdt van romans: “Je kunt als schrijver echt de ruimte nemen om in te zoomen op details en gevoelens. De actie vind ik dan minder belangrijk. Ik denk dat dit komt omdat ik me als lezer ook het liefste in zulke boeken verlies.”

Deze twee boeken vervullen hierin een speciaal plekje. Het zijn boeken die dicht bij het echte leven van Judith Visser staan: “Ik deel in deze twee boeken mijn eigen ervaringen, ik laat zien hoe ik leef en hoe ik de wereld ervaar. De lezer komt daardoor heel dicht bij de schrijver, letterlijk tot in mijn hoofd. Dat maakt het heel persoonlijk.” Of het boek daarmee ook meer ‘losmaakt’ bij Visser wanneer het negatief beoordeeld zou worden, weet ze niet zeker: “Als iemand zou zeggen ‘wat is die Jasmijn een vreselijk mens’ dan doet dat natuurlijk meer pijn dan wanneer ze dat iets over een volledig fictief personage zouden zeggen. Jasmijn heb ik immers op mezelf gebaseerd. Als ze haar daarentegen juist bewonderen, dan voelt dat heel fijn. Dat is namelijk ook heel persoonlijk. Maar voor mij als schrijver is het juist ook een compliment als een fictief personage, dus niet Jasmijn, heftige gevoelens weet los te maken, want dat betekent dat ik hem of haar op overtuigende wijze heb neergezet.”

Na twee boeken heeft Judith Visser het leven van Jasmijn al behoorlijk kenbaar gemaakt in de literaire wereld. Met twee rauwe verhalen, klein, indrukwekkend en positief, weet ze de lezer mee te nemen naar een stukje van haarzelf.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *