blogpost,  interview

Interview Mel Hartman

Mel Hartman is auteur van de Dodenreeks. Boek één, Als doden dromen, en boek twee, Als doden spreken, zijn verschenen bij Hamley Books. Binnenkort verschijnt ook een jeugdboek van haar hand.

Stel jezelf even voor (en vertel alleen dingen die lezers mogen weten ;))
Oké, hier gaan we. Trouwens, lezers mogen (nagenoeg) alles over me weten, maar dan moeten ze natuurlijk wel de vraag stellen 😉.  Ik combineer op dit moment drie jobs: slaapanaliste, project coördinator bij een culturele organisatie en boeken schrijven. Ik woon met mijn man in Oostende in een boerderij-achtig huisje waar de planten en de boeken onderling vechten voor ruimte. Ik heb veel verschillende interesses en mijn hobby’s veranderen dan ook regelmatig, zowel op artistiek als op sportief gebied, hoewel yoga, lezen en schrijven wel een constante blijken te zijn. Ik kan zowel ontzettend lui zijn als heel erg actief. Ik hou van alleen zijn maar ook van leuke mensen om me heen. En ik ben zowel een dromer als een realist die open staat voor alles, maar met een gezonde dosis scepticisme.

Je schreef ondertussen al twee delen in de Dodenreeks, Als doden dromen en Als doden spreken. Research vertelde me dat je dat idee van een dromenwereld uit een ander aspect van je leven hebt gehaald. Kan je daar iets over vertellen?
Het idee kwam zowel uit mijn dromen als door mijn werk als slaapanaliste. Als slaapanaliste bekijk ik de slaap van mensen met slaapklachten. Op basis van hun oogbewegingen, hersengolven, spierspanning etc. ga ik na waardoor ze slecht slapen en hoe hun slaap eruitziet. Daardoor kan ik in mijn boekenreeks het fantastische aan het wetenschappelijke koppelen. Blijft natuurlijk de vraag wat echt kan en is en wat niet. Zo gek zou ik het niet vinden als inderdaad blijkt dat de droomwereld een werkelijk bestaande dimensie is 😉.

Wat intrigeert jou zo hard in die wereld van dromen of in Terr, zoals je de wereld noemt in je boeken?
Wat niet? Het is een wereld met eindeloze mogelijkheden, zonder vooroordelen, zonder grenzen aan de fantasie, en dat allemaal gratis en iedere nacht. Vooral bij lucide dromen waarbij je je realiseert dat je droomt kan er een wonderlijke wereld voor je open gaan. Het is net als het spelen in je eigen film of boek; jij bepaalt alles. We weten ook nog niet alles over het proces en wat we er allemaal mee kunnen doen, wat dromen betekenen. Ik geloof wel dat je heel veel uit je dromen kunt halen, maar dat ieder voor zich. Wat ik bedoel is dat als jij droomt over een vogel, dat vermoedelijk een andere betekenis zal hebben dan bij mij. Maar nogmaals, het zou me niet verbazen als we ooit ontdekken dat onze droomwereld een poort is naar een andere dimensie of bewustzijn.

Waar komt je liefde voor fantasy vandaan?
Dat is eigenlijk vreemd. Voor ik mijn eerste boek De Fantasiejagers schreef, had ik nooit eerder fantasy gelezen (behalve kinderboeken uiteraard). Het idee van De Fantasiejagers werd in dat vakje gestopt, dus toen dacht ik: dan moet ik toch eens een fantasyboek lezen. Zelfs mijn allereerste beroerde schrijfsels bevatten allemaal fantasy-elementen, het zit dus blijkbaar in mijn bloed; het lukt me niet om een volledig realistisch verhaal neer te pennen, al lees ik dergelijke boeken wel graag.

April, het hoofdpersonage uit je Dodenreeks, is een echte badass en is een heerlijk personage om te volgen. Ze is ruw, maar een met zachte binnenkant. Lijkt ze op jou?
Haha, goeie, maar eerlijk gezegd: geen idee. Ze zal natuurlijk wel stukjes van me hebben, dat is meestal zo met hoofdpersonages en hun schrijvers, maar sommige dingen zou ik toch anders dan haar doen. Ik zou mijn geliefden eerder de waarheid over mezelf vertellen, want ik ben nogal een open boek. Ik denk dat ze ook meer humor heeft en ze is toch iets meer ad rem. Ik bedenk meestal de volgende week pas een goed weerwoord.

Je werkt momenteel al aan deel drie in de reeks. Kan je daar al iets over vertellen?
Er komt een personage uit boek één terug, geen lieverdje. De lezer komt meer te weten over hoe April haar gaven ontdekte en hoe de relatie tussen haar, Zev en Ilse begonnen is. En ik denk dat het einde veel lezers zal verrassen (en ik er waarschijnlijk reacties op zal krijgen 😉).

Wordt deel drie het laatste deel of mogen we nog vaker mee naar Terr?
Er is met Hamley Books (uitgever van de Dodenreeks, nvdr.) afgesproken dat het bij drie delen blijft, omdat lezers meestal na drie delen genoeg hebben van een reeks. Eerlijk, ik zou door kunnen blijven gaan. Misschien eens met een ander hoofdpersonage of een reeks voor de allerkleinsten. Ik heb lang nog niet alles over Terr en zijn bewoners verteld, verre van zelfs. Maar om dat allemaal in die drie boeken te stoppen, zou teveel op infodump hebben geleken. Ah wie weet, als er vraag naar is en de verkoop valt niet al te veel tegen, dat er nog delen volgen. Zeg nooit nooit, hé.

Je debuteert dit jaar ook als jeugdauteur. Hoe voelt dat?
Leuk! Ik geniet er zo van om voor die leeftijd te schrijven. Ik hou er niet van om dikke boeken te schrijven. Daar ben ik te ongeduldig voor en ik verveel me gauw, ik wil dan een nieuw verhaal verzinnen. Van jeugdboeken wordt verwacht dat ze maar twee derde pagina’s bevatten dan een YA of volwassen boek, dus dat is ideaal voor mij. Maar ik vind YA te leuk om me alleen op de jeugd te focussen. Ik denk dat ik ze allebei blijf schrijven.

Kan je al iets over dat jeugdboek (Het hotel op de rots) vertellen?
Het gaat over Hella, een meisje van 12 jaar. Ze gaat met haar kleine broer en haar ouders op vakantie, maar onderweg worden ze door een storm overvallen. Ze besluiten te overnachten in een vreemd hotel dat ze toevallig, in the middle of nowhere, vinden: Het Rotshotel. Er zijn blijkbaar nog meer gezinnen in het hotel gestrand. Alles lijkt normaal tot het hotel van de grond loskomt en de lucht in schiet. En dan verdwijnen ook nog eens zomaar alle ouders. Een enge hotelreceptionist verschijnt en zegt: ‘Het spel kan beginnen’. Maar wat voor spel is het? Wat zijn de regels? En zullen ze door mee te spelen hun ouders terugvinden?

Het is dus een griezelverhaal waarin kinderen zichzelf leren kennen door in allerlei enge en spannende situaties terecht te komen. Ze worden geconfronteerd met hun angsten terwijl ze hun ouders terug moeten zien te vinden.

Wat is het grote verschil voor jou tussen het schrijven van een jeugdboek en de Dodenreeks?
Eigenlijk niet zoveel. Je moet wat actiever schrijven, minder omschrijvingen, opletten dat je niet al te moeilijke woorden gebruikt en uiteraard zijn de relaties braver. Maar ik gebruik net zoveel fantasie in mijn jeugdverhalen als in de YA.

Heb je nog een boodschap voor de lezers?
Ik ben zo blij dat jullie er zijn en zolang jullie me nog tolereren, blijf ik schrijven 😉.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *